Lichamelijke opvoeding

Lichamelijke opvoeding maakt deel uit van de totale persoonlijkheidsontwikkeling. De kinderen moeten “leren bewegen” (bewegingsontwikkeling) en anderzijds “leren door bewegen”. (beweging om de wereld te leren kennen) Bij de kleuters gaan we uit van de kind-eigen motoriek. Via bewegingsactiviteiten en bewegingssituaties streven we competenties na die de kleuters in staat stellen om goed te functioneren, deel te nemen aan en hun weg te vinden in de samenleving.

Niet alleen is lichaamsbeweging goed voor de motoriek, maar draagt het ook bij op sociaal vlak. De kinderen leren samenwerken, elkaar helpen en steun verlenen. Zelfredzaamheid en weerbaar functioneren op een aanvaardbare manier is een punt die erg belangrijk is en moet worden nagestreefd.

Ook op dynamisch-affectief wordt de ontwikkeling van een positief zelfbeeld en de wil om iets te leren nagestreefd. Op cognitief vlak leren de kinderen via bewegingsactiviteiten over te gaan naar denkend handelen. Onze kinderen hebben nood aan bewegen en wij helpen ze aan deze behoeften te voldoen.

Lichamelijke opvoeding wil in en door bewegingssituaties:

  • een bijdrage leveren tot de motorische en fysieke ontwikkeling van kinderen en jongeren
  • de zelfredzaamheid en het weerbaar functioneren in uiteenlopende omstandigheden verhogen
  • bijdragen tot persoonlijkheidsvorming en sociale vorming

Lichamelijke opvoeding heeft twee belangrijke opdrachten. Ten eerste moet het de kinderen bewegingsgebonden basiscompetenties bijbrengen waarmee ze in de maatschappij kunnen functioneren. Ten tweede moet het de kinderen de vereiste bekwaamheden meegeven om deel te nemen aan de bewegingscultuur en er hun weg in te vinden. Het gaat er daarbij niet enkel om dat ze zich probleemloos inpassen in die bewegingscultuur, maar ook dat ze die met voldoende kritische zin benaderen.

 

meester Mathias
Turnleerkracht lager
meester Jaron
Bewegingsopvoeding kleuters